Welkom op de website van de LCF Terneuzen


 

 Schaduwzijden van de klassieke juridische geschilbeslechting.      

                                        Cees Freeke

Inhoudsopgave

Woord vooraf                                                      1
Inleiding                                                                2
Casussen                                                              4
1. De schrootverwerker                                        4
2. Stichting Tragel                                                 4
3. Vier ongelukken in vier maanden                       5
4. Onrechtmatige staatssteun                                 5
5. Interpellatie voornemen derde coffeeshop          6
6. Onrechtmatige inhouding op loon                       7    
7. Het valse proces-verbaal op ambtsbelofte          8
8. Nachtmerrie van een jonge vrouw                      10
10. Rechtszaken dreigen onbetaalbaar te worden   15    
Conclusie                                                              15

Woord vooraf
Krijgt een verdachte in Nederland altijd het laatste woord? Durft een werkgever het gehele loon in te houden? Moeten er eerst ernstige verkeersongelukken gebeuren voordat een gemeente in beweging komt?
Kan  een skihal  van drugsgeld worden gebouwd? Vindt een Officier van Justitie een vals proces-verbaal erg? Mag de provincie stelselmatig het aantal toegestane decibels in de vergunning verhogen?
Durft een college van B&W willens en wetens een onrechtmatige subsidie te verstrekken? Trekt een zorginstelling zich iets van klachten aan? Durft de politie ‘s-nachts uren een meisje haar schoenen te vorderen en haar te tarten en op de betonnen vloer in een kale cel te laten staan? En wat vindt de Nationale Ombudsman daarvan?
                       
Kortom: deze essay handelt over het toegepaste recht in de maatschappij. Het toegepaste recht weerspiegelt namelijk de samenleving.
De casussen, die antwoord  geven op bovenstaande vragen, bestaan uit twee arbeidsgeschillen, twee strafrechtzaken, twee geschillen met de decentrale overheid en een geschil over een verkeerssituatie, over geproduceerd  geluidsoverlast en over de wijze van de zorgverlening.
Mijn vrouw, Yvonne Freeke-Broekhuijzen, heeft haar inbreng gehad met betrekking tot de leesbaarheid van dit geheel. Deze vaststelling impliceert van woord van dank.        

Inleiding
De gevallen 1 t/m 3 gaan over succesvolle bemiddeling. Niemand stak zijn nek uit, maar het aangaan van persoonlijke gesprekken werkte. Het eerste geval  gaat over een schrootverwerker die zich niets gelegen laat liggen aan zijn omwonenden. Hij reageert boos als hij door omwonenden er over wordt aangesproken. En verder helpt de overheid helpt hem een handje: Zo wordt de komst van de peilwagens na telefonische klachten door de milieudienst Middelburg bij de overtreder aangekondigd. Natuurlijk, de gedragsverandering wordt feitelijk bereikt door de preventieve werking van procesvoering: zij het dat in dit geval tegen de overheidsinstanties. Ook berichten in de pers dragen tot oplossing bij: zowel overheid als ondernemers houden niet van negatieve publiciteit.  
Het tweede geval betreft ‘De Stichting Tragel’. Deze beheert een groot verzorgingsgebied in Zeeuws-Vlaanderen.  De directeur  Gebruers zwaait daar al jarenlang de scepter. Inwoners van Westdorpe verhalen dat hij al jarenlang ongevoelig is voor kritiek. Daar moest dus nodig wat aan gebeuren. Belanghebbenden stelden een zwartboek samen. Geen enkele overheidsinstantie voelt zich verantwoordelijk en verwezen alle naar formele regels. Enkele berichten in de regionale krant geven de directeur aanleiding mij voor een gesprek uit te nodigen. En dat bleek succesvol.  
In het derde geval gaat het om ‘Vier ongelukken in vier maanden’. Het betreft de enorme halsstarrigheid die zogenaamde deskundigen aan den dag leggen. Na diverse afwijzingen komt er een persoonlijk gesprek met de wethouder en vervolgens een budget.  De weg wordt aangepast overeenkomstig de wensen van de ‘klaarovers’.
Geval vier gaat over gemeentelijke subsidie, in casu onrechtmatige staatssteun, welke men in strijd met Europese regels wilt geven. Ten einde de zaak goed te versluieren wordt er zelfs voor dat doel een rechtspersoon opgericht. Na een geheel schriftelijke strijd waarbij de pers smulde, legde de burgemeester zijn hoofd in de schoot.  
In  de casus vijf ‘de interpellatie’ ziet de burgemeester het drugsprobleem uitsluitend als een openbare-ordeprobleem.  Hij wenst een derde coffeeshop op het oude douaneterrein pal aan de grens met Belgïë.  De burgemeester van Zelzate reageert ontstemd. Internationaal, zo is mij bekend, is afgesproken dat er geen shops aan de grens mogen worden gesitueerd. Maar de burgemeester Jan Lonink beweert toestemming van minister Donner te hebben gekregen. Hoe dit aan te pakken? Goed raad is duur. Ik besloot een tussenweg te bewandelen. Een interpellatie zou hem de kans geven uit te leggen hoe het nu werkelijk zit. Maar de interpellatie werd na drie seconden afgehamerd. Hij dacht het pleit gewonnen te hebben, maar ik liet een bevriend Tweede-kamerlid vragen aan de minster stellen. Hij werd de volgende dag al teruggefloten. In de pers verscheen een bericht ‘Lonink boos …’ en een dag later mijn motivering: ‘Boosheid Lonink ongegrond’. De verhoudingen kwamen onder het vriespunt, maar ik ontving een Nieuwjaarskaart van de burgemeester van Maldegem.

In geval zes gaat om een arbeidsgeschil. Ik heb er vele gedaan, maar dit facet zag ik niet eerder.  De werkgever meent een vordering over de huisvesting van de werknemer onmiddellijk geheel te kunnen verrekenen.  Bovendien is de vordering op zichzelf aan twijfel onderhevig. Een aangetekende brief, gevolgd door een e-mail en een telefoongesprek waarin ik met een loonvorderingsprocedure dreigt, is voor de werkgever aanleiding meteen het loon diezelfde dag over te maken. Nu was de dreiging wel hard te maken, maar tegenwoordig wordt een arbeidsgeschil niet met een verzoekschrift aan de rechter ingeleid maar moet de omslachtige dagvaardingsprocedure worden gevolgd. Dus een advocaat inschakelen, die meteen begint te rekenen….

In het strafrecht, meer dan in het arbeidsrecht, staat een David tegenover een Goliath. In de zevende casus  gaat om een strafzaak welke wordt ingeleid met een vals proces-verbaal. Nu zal dat wel meer voorkomen. Ook een vals proces-verbaal. Een paar jaar geleden werd de hele top van de politie Zeeland eruit gegooid wegens grote integriteitproblemen. De kwestie raakt aan de rechtsstaat omdat  zonder het tegenbewijs, een kassabonnetje van Intertoys,  de onschuldige zonder meer zou zijn  veroordeeld. 

In Nederland is dat trouwens schering en inslag, de Schiedammer parkmoord, de Deventermoordzaak, Lucia de Berk, Ina Post. Over deze laatste persoon schreef ik al een paar jaren geleden dat zij moest worden vrijgesproken, hetgeen inmiddels is gebeurd. Martien Hunnink moet de volgende zijn.   

 
 Geval acht, ‘de nachtmerrie van een jonge vrouw’, mag in dit geheel niet ontbreken.  De wijze waarop de politie zeeland met haar machts- en dwangmiddelen omgaat, is ontluisterd. Deze vrouw gaat helemaal door de mangel. Wanneer zij ter terechtzitting verschijnt, mag zij -de door mij vervaardigde pleitnota- niet voordragen!
Hoezo rechtsstaat? Deze vrouw is inmiddels haar vertrouwen in de politie en de rechterlijke macht geheel verloren.

Lees en huiver.  De Ombudsman heeft een wettelijke basis.
Hij werkt  procesmatig en geheel volgens juridische regels. Voordeel van deze procedure  is: geen heffing van griffierechten en een reiskostenvergoeding op basis van openbaar vervoer. 

Geval negen is een wederom een arbeidsgeschil, anno 2011.
In het tiende punt trekken de beleidsvoornemens van de regering de aandacht. De Raad voor de Rechtspraak  maakte  berekeningen over de gevolgen van het kabinetsvoornemen, vastgelegd in een bijlage van het regeerakkoord, dat de griffierechten, die iedereen moet betalen om een rechtszaak te kunnen aanspannen, per 2013 ‘kostendekkend’ moeten zijn.
Zo zouden de griffierechten van een arbeidsgeschil van € 210,- naar  € 1.540,- worden verhoogd. Een en ander moet nog uit de verf komen, maar het zal zeker meer dan € 1.200,- bedragen.

           1.  De schrootverwerker
Al tientallen jaren wordt aan de rand van Terneuzen tegen de bebouwde kom aan, schroot verwerkt. Door de geavanceerde apparatuur wordt de geluidoverlast steeds meer. De provinciale overheid legaliseert dit door op aanvraag een vergunning af te geven waarin het produceren van meer decibels wordt toegestaan. In de buurt ‘Driewegen’, tegenover de schrootverwerker, wordt door een aantal inwoners bij een raadslid geklaagd. Hij neemt de handschoen op. Geen eenvoudige klus, omdat milieu onder de provincie ressorteert en de gemeente in het verleden tevergeefs getracht heeft het bedrijf naar het industrieterrein te verplaatsen. De gemeente vond dat de schrootverwerker te veel financiële compensatie vroeg. Een procedure bij de Raad van State had tot resultaat dat een ijzeren geluidswal van vijf naar zes meter werd verhoogd. Daardoor werd ook de klankbordfunctie verhoogd  en daarmee sneden de omwonenden zichzelf in de vingers.

Controle stelt niets voor: de milieudienst Middelburg kondigt de komst van de peilwagens aan. Het raadslid verdiept zich in alle facetten van het probleem en stelt mei 2005 schriftelijke vragen aan burgemeester en wethouders en er volgt een bericht in de krant. De gemeente wil uiteindelijk ‘niets’: ‘we gaan daar niet over’.  Reden voor het raadslid om in september 2006 een ernstige milieuklacht bij de provincie in te dienen. De provincie stelde een mediatie voor. Plaats van handelingen: stadhuis. Een mediator, de bedrijfsleider van de Schrootverwerking Zeeuws-Vlaanderen en ondergetekende.   Resultaat: geen geluidoverlast meer. Eén van de bewoners gaf bij een toevallige ontmoeting spontaan in een supermarkt een bos bloemen mee. Mediatie werkt!

        2. Stichting Tragel
Over deze stichting regende het klachten. De klachten komen van bewoners uit de gemeente Terneuzen, terwijl de hoofdvestiging van deze stichting op het grondgebied van Hulst ligt. Volgens een zwartboek werd van januari 2002 tot medio september 2003 in totaal 221 maal een beroep gedaan op invalskrachten, tijdelijke medewerkers en stagiaires bij het vervangen van de normale bezetting en wel door 110 verschillende mensen (in één woongroep!). De griffier van de gemeente Terneuzen wijst mij erop dat er met de stichting geen subsidie relatie ligt. Mij kennelijk kennende geeft hij de vragen wel in behandeling. In de toelichting bij mijn vragen vermeld ik een bericht uit de Staatscourant van 15 november 2004. ‘Voor capaciteitsuitbreiding met 26 plaatsen en ruimteuitbreiding met 46 plaatsen, ondersteunende begeleiding waarvan 36 plaatsen te realiseren op de voormalige hoofdlocatie van de instelling de Sterre van de Stichting Tragel.’ De  heer Gebruers berichtte aan medewerkers en cliëntvertegenwoordigers op 11 november 2004:  "Verder speelt ook een rol dat we nog steeds minder cliënten hebben dan voorheen, terwijl we nog wel over evenveel (dus feitelijk te veel) personeelsleden beschikken". Dit klopt niet met de aanvraag van capaciteitsuitbreiding en de  verkregen vergunning van het Ministerie per 15 november 2004, alsook de recentelijke personeelswerving in- en extern [Bijlage Tragel].  De burgemeester mag niets doen: ‘niet bevoegd’. Maar ik aanvaard de rol van bemiddelaar en mag bij de directeur Gebruers op bezoek. Vrijwel alle klachten werden opgelost. Bemiddeling werkt.

       3. Vier ongelukken in vier maanden
De éénbaansweg Guido Gazellelaan gaat vóór een oversteekplaats in een tweebaans over. Gevolg: automobilisten willen opschieten en gaan meteen naar de tweede rijbaan. Ouders van kinderen ‘klaarovers’ wezen mij op de gevaarlijke situatie. Een verzoek aan de gemeente werd afgewezen.  Naar mijn mening ten onrechte. Op 3 augustus 2005 argumenteerde ik: “Naar de visie van het college is het ‘nog maar de vraag’ dat de namens vele inwoners van Terneuzen door LCF aangevraagde wegversmalling wenselijk is.  Uit uw woordkeuze ‘nog maar de vraag’ blijkt dat u het ook niet weet. In zo’n geval moet de mening van de klaarovers, de echte verkeersdeskundigen, de doorslag geven.  Nu lijkt het erop dat uw college zo weinig mogelijk aan de wensen van LCF tegemoet wil komen en met fraaie stadhuiswoorden naar afwijzingsargumentatie zoekt. In dit geval met een tegenstrijdigheid”.   De wethouder riep mij op voor een gesprek in bijzijn van de verkeersdeskundige. Hij ging overstag en een paar maanden later kwam er een budget van € 63.000,-. De middenberm werd meteen aangepast voor de oversteek van kinderwagens. De bemiddeling was succesvol.     

        4. Onrechtmatige staatssteun

De verzuring begint doordat de gemeente om haar doeleinden te bereiken niet aarzelt om de wet of regelingen van hogere orde te overtreden. De casus. De gemeente, de woningbouwvereniging Clavis,  Merrall Theaters en bouwbedrijf Delta steken de koppen bij elkaar. Zij willen een ‘Kop van de Noordstraat’. Een voorfront met 36 dure appartementen, boven de winkeltjes en een bioscoop. Dat het voor de hand ligt dat dit in een stad als Terneuzen niet rendabel is, werd weggewuifd. Hiertoe wordt een rechtspersoon, genaamd 'Bellevue' opgericht. Een passende benaming; de bedoeling is dat bij deze rechtspersoon een mooi uitzicht bestaat op een subsidie uit de gemeentepot van  
€ 2.250.000,-. Dit is uiteraard pure concurrentievervalsing, ook ten opzichte van het naburig lidstaat België. Je kunt moeilijk concurreren tegen een ondernemer die een substantieel deel van zijn bouwkosten van zijn onderneming vergoed krijgt. In de zin van Europees recht: ‘onrechtmatige staatssteun’.

In november 2003 tekende zich een raadsmeerderheid af en kon het tij door mij niet politiek gekeerd worden. Ik schreef daarom op persoonlijk titel een brief aan hare Majesteit ‘het daarheen te leiden dat bij Uw Koninklijk Besluit 'spontaan' op grond van artikel 268 van de Gemeentewet door U wordt vernietigd het besluit … vanwege schending van het recht, met name EG-recht, de gemeenschapstrouw .. (art. 10 EG-Verdrag). Het gemeentebestuur werd door ‘Den Haag’ tot de orde geroepen. Verder berichtte ik Burgemeester en wethouders dat, nu alles bekend was, zij niet langer konden ontkennen dat zij onrechtmatige feiten willens en wetens zouden begaan en dat de subsidie ook naar België toe ‘potentieel’ concurrentieverstorend zou werken.   De burgemeester was des duivels en ‘Bellevue’ werd dan ook enige tijd later ontbonden. De burgemeester deed later alsof dit niet door de ambtsberichten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken was veroorzaakt. Maar de inmiddels gepensioneerde directeur van de woningbouwvereniging verklapte dat alles ‘staatssteunbestendig’ moest worden gemaakt. De verantwoordelijke wethouder heeft de bioscoop op het parkeerterrein van Bakker Bart (!) geplaatst en de bioscoop ging enige tijd later failliet. Medio 2009 werd over het tijdvak 2000-2009 € 700.000 advieskosten afgeboekt.       Weliswaar was er € 1.550.000,- belastinggeld gered, maar de relatie raadslid – B&W was verzuurd. Noot: zie punt 7 in:   http://www.lcfterneuzen.nl/nieuws/20090710.htm    
 
        5. Interpellatie voornemen derde coffeeshop

Hier een geval van verzuring. Burgemeester Lonink wil zijn drugsoverlastprobleem oplossen door naar het voorbeeld van Venlo een McDope pal aan de grens met Zelzate te plaatsen. Ik vraag een interpellatie (dit middel wordt zelden ingezet) aan en motiveer dat als volgt: Op mijn vraag of het 'proefballonnetje' over een derde koffieshop definitief is doorgeprikt nu de minister koffieshops in de grensstreek tegengaat, verklaarde de burgemeester in de rondvraag van de raadscommissievergadering 'Bestuur en Middelen' van 8 april 2006 onomwonden dat het geen proefballonnetje was en dat een derde koffieshop in het kader van 'Houdgreep' Axel en Koewacht zou ontlasten. De daaruit voortvloeiende schaalvergroting baart de fractie ernstige zorgen en is reeds uit hoofde van het raadsprogramma onaanvaardbaar.  
De burgemeester lichtte toe dat uit door hem aangegane besprekingen te Den Haag naar voren komt dat de minister weliswaar 'naar buiten toe' recentelijk verklaarde koffieshops aan de grens te willen tegengaan, maar dit bestuurlijk-intern zal  'gedogen'(!).  Ik geloofde er helemaal niets van. Schaamte is namelijk bij sommige politici een onbekende emotie. 

 In schriftelijk vragen licht ik toe: ‘Deze kennelijk nieuwe loot aan de Nederlandse overvolle gedoogboom is onze fractie volstrekt een raadsel en behoeft daarom opheldering door overlegging van het verslag van deze besprekingen aan de raad. Indien 'Den Haag' een derde koffieshop in onze grensstad zou gedogen, betekent dit naar het oordeel van de fractie overigens nog niet dat door de burgemeester Terneuzen om hem moverende redenen in afwijking van het raadsprogramma een derde koffieshop moet worden geïnitieerd, zulks gelet op de aantoonbare gevaren voor de volksgezondheid en de wensen van de burgers van Terneuzen over het gedoogbeleid. Uit allerlei reacties uit Terneuzen blijkt namelijk dat de burgers schaalvergroting helemaal uit den boze vinden!’

De interpellatie duurde drie seconden. De burgemeester wilde er niet over praten en niemand gaf verlof voor de interpellatie. Wanneer ik echter de volgende dag een bevriend Tweede Kamerlid vragen aan minister Donner laat stellen, zijn de rapen gaar. Donner beweert van niets te weten en de burgemeester wordt onmiddellijk teruggefloten. De burgemeester reageert onsportief in de pers. Het raadslid weerlegt zijn kritiek. De boosheid van de burgemeester vindt hij ongegrond.  Twee jaar later herhaalt de geschiedenis zich. Maar de aanhouder wint.

Ingevoegd:

http://www.lcfterneuzen.nl/nieuws/271206d.htm    http://drugtext.nl/index.php/nieuws/100-wereld-achter-drugsscene-is-troebel

Inmiddels werd ‘Checkpoint’, grootste coffeeshop van Europa, gesloten. Had het aan de burgemeester gelegen dan hadden de Belgen en Fransen, net als de Duitsers in Venlo, aan de grens hun drugs kunnen halen. En dan was de eigenaar van Checkpoint inmiddels multimiljardair geweest. Nu ligt er vanwege het Openbaar Ministerie conservatoir beslag op de skihal ten aanzien waarvan voldoende aanwijzingen bestaan dat deze met twintig miljoen euro drugsgeld werd bekostigd. Dat is andere koek! Maar er hangt een prijskaartje aan: de verhoudingen zijn wel verzuurd.   
             
        6. Onrechtmatige inhouding op loon
Ton van der B. heeft alimentatieverplichtingen en reist ieder weekend van Terneuzen naar Deventer. Hij zit momenteel zonder geld.  Ton moest geld van zijn ouders lenen om de reiskosten naar de werkplek te betalen. De bedrijfsleider vond dit geen hot item. Hij handhaafde ongefundeerd zijn stelling dat tot vrijdag niets wordt uitbetaald.  Inhoudingen op het loon zijn in beginsel verboden (artikel 23 loonbeschermingswet). Onder inhoudingen verstaat men het toepassen van schuldvergelijking op het loon van de werknemer. Voor schuldvergelijkingen dienen de vorderingen over een weer onomstotelijk vast te staan. Dit was hier niet het geval. Noch de omvang, noch de verwijtbaarheid, noch de persoon aan wie een en ander zou moeten worden toegerekend staat vast.  Er werd namelijk geen contract opgemaakt.

Bovendien mogen de inhoudingen maximaal 20% van het nettoloon bedragen. Voor de vermeende schuldvordering dient u derhalve een aparte nota te sturen die voor normale betwisting met de daarvoor gebruikelijke regels vatbaar is.  De bungalow waar het hier om gaat werd door drie werknemers bewoond. St., S. en Van den B. S. woonde er al vóór 1 januari met drie andere werknemers. St. heeft van het ‘uitwonen’ blijkbaar S. en Van den B. de schuld gegeven. De werkgever volgt dit klakkeloos. Dit is onjuist, te meer daar Van den B. alle weekenden afwezig was en St. juist wél alle weekenden aanwezig was. Hij maakte, in tegenstelling tot cliënt, nimmer schoon. ‘De verdeling St –S. – cliënt 0% - 50% - 50% is uit de losse pols. Bij het betrekken van de bungalow was de kapstok al kapot, zaten er vlekken op de zitbank en was het plafond vochtig. Het is te gemakkelijk dit alles zonder enig bewijs cliënt in de schoenen te schuiven. Er is nimmer voor enige inventarisatielijst of anderszins getekend. Er mocht niet gerookt worden. Niemand wist dit,  St. kennelijk ook niet, want hij dampte braaf mee. Tot dat S. en via hem, St. en cliënt ook, een waarschuwing kreeg. Vanaf dat tijdstip rookte niemand meer.’  De werkgever trekt werkelijk alles uit de kast.  Zo wordt verweten dat de zgn. groendienst bladeren heeft verwijderd. Stenen gedeelte voor de serre is altijd geveegd. St., pleegt met de gevonden waterpijp te blowen. Deze pijp werd door een medewerker van de Braakman in de slaapkamer van cliënt gezet. ‘Zo wordt de werkelijkheid vertekend. De wijze waarop één en ander werd afgewikkeld geeft op zijn minst te denken. Ene Ria van de Braakman heeft alle spullen uit de kasten verwijderd en in vijf dozen gedaan. Als cliënt arriveert staan er nog drie dozen, waarvan twee dozen spullen bleken te bevatten die zijn eigendom waren. Gemachtigde  vestigt de aandacht er van de werkgever op dat ‘zijn cliënt’ nimmer moeilijkheden van deze aard bij welke werkgever dan ook heeft ondervonden. De vordering van de Braakman wordt door hem  voorshands ongegrond beschouwd.’ De werkgever dient in elk geval tijdig het loon uit te betalen.  Gemachtigde sommeert tot onverwijlde uitbetaling en brengt hem de wettelijke vertragingrente in herinnering en dreigt met een loonvorderingsprocedure. Dat werkt. De werkgever maakt dezelfde dag nog het loon over.  Opmerking: dit hoeft niet altijd van een leien dakje te gaan. Natuurlijk, de totale inhouding is niet toegestaan en de wettelijk rente kan oplopen naar 50%. Echter, sedert een aantal jaren wordt een arbeidsgeschil niet langer aanhangig gemaakt via een verzoekschrift, maar via een dagvaardingsprocedure. Daar is een ‘echte’ advocaat voor nodig. Bij geringe belangen laat men het  erbij zitten.  Zo stuurde een boze ondernemer een rekening van zijn Arbo-arts van € 180. Hij had de werknemer laten controleren, maar wilde daarvoor niet de kosten dragen. De werknemer die overigens echt ziek werd bevonden, had geen zin in een conflict.
             
        7. Het valse proces-verbaal op ambtsbelofte  
Janey B. wordt 18 november 2006 tegen 18.00 uur op zijn mobiel nummer gebeld door een agent van politie Terneuzen.  Janey krijgt de enkele  mededeling dat hij een bekeuring thuis gestuurd krijgt. De agent meende te zien dat  hij zonder rijbewijs reed in een auto, kenteken XX-YY-ZZ.  
Omdat de Janey B. de gehele dag bij zijn vriendin verbleef, vraagt hij naar het tijdstip van overtreding. Hoewel dit een heel redelijke vraag is krijgt hij geen antwoord; de agent volstaat met de mededeling dat hij de bekeuring thuisgestuurd krijgt. Dit is vreemd,  want de agent moet het tijdstip van overtreding op de bon vermelden. Via het centrale nummer opnieuw geprobeerd contact te krijgen. De agent zou terugbellen. De moeder van de vriendin belt raadslid Freeke op. Die adviseert verhaal op het bureau te gaan halen.   
Omstreeks 18.55 uur vervoegen zij zich bij het bureau van politie te Terneuzen, de heer B., zijn vriendin en haar moeder. De agent weigert elke medewerking en blijft als een grammofoonplaat  herhalen “de bekeuring wordt thuisgestuurd”. De vriendin zegt dat zij een bevriende advocaat heeft gebeld en dat de heer Brand recht heeft op gegevens.  Na dit zware geschut komt de heer Van Hermon eindelijk met de bon op de proppen.  
Het gezelschap slaat stijl achterover want op de bon staat,  18 november 2006, 17.02 uur [18110617022167]. Juist op dat tijdstip, op de minuut nauwkeurig, eveneens 17.02 uur,  waren de heer Brand en zijn vriendin bij Intertoys en tonen de kassabon. Zij hebben nog met het winkelmeisje gepraat.  
De agent wordt rood tot achter zijn oren. In plaats van een gemaakte fout te erkennen en de boete te vernietigen, zegt hij dat het tijdstip een vergissing is. Het komt niet in de agent op dat hij wel eens zou kunnen dwalen omtrent de persoon. Hoe dan ook haalt hij zijn gelijk. Het gezelschap verlaat de balie en met een keiharde smak gooit de agent het loketraam dicht. 

Om met het laatste te beginnen: een vergissing is mogelijk, maar is in dit geval niet aannemelijk en evenmin waarschijnlijk. Het is een kans van 1:1.000.000 dat  iemand op de minuut nauwkeurig kan bewijzen (hoewel in het algemeen die stelt, de bewijslast heeft) dat hij de aangewreven overtreding niet kán hebben gemaakt. Verder is de identiteit niet correct vastgesteld. Of beter geformuleerd: die is feitelijk in het geheel niet vastgesteld. De agent meende, vermoedelijk op grote afstand, anders had hij de bestuurder wel staande gehouden, iemand te zien die kennelijk op de heer Brand leek.  
Er is ‘iets persoonlijks’ tussen de agent en de verdachte. B. heeft van de zelfde agent een paar keer een bekeuring gekregen voor  het rijden zonder helm op de bromfiets. Dit verklaart ook dat de agent,  zonder de bestuurder staande te houden, over persoonlijke gegevens van de heer Brand beschikte: hij schrijft gewoon een oude bekeuring over. Alleen nog een andere overtreding vermelden en een kind kan de was doen.  Betrokkene wordt niet gehoord, maar volstaan wordt met een eenzijdige telefonische mededeling dat een bekeuring wordt thuisgestuurd. Wanneer dat dan zou zijn geweest weigert de agent te zeggen.
De constante weigering het tijdstip van overtreding te noemen en pas na veel aandringen dit tijdstip bekend maken, levert het raadslid grond op voor het vermoeden dat dit is gefingeerd.  Dit vermoeden is niet ontzenuwd. Een andere mogelijkheid is dat in de bewuste auto gewoon de eigenaar of een ander zat.  De aankondiging van een beschikking kan op 2 manieren. 1. Deze is uitgereikt bij het staande houden. 2. Deze is achtergelaten op ‘het aan de voorzijde vermelde voertuig’.Beide zijn niet van toepassing.   
De agent heeft een oude bekeuring overgeschreven. De identiteit van de bestuurder van de auto, kenteken XX-YY-ZZ werd kennelijk niet, althans niet zorgvuldig vastgesteld. Deze manier van rechtshandhaving is laakbaar slordig.
Minister Donner laat in een collectieve brief aan alle raadsleden van Nederland weten dat de raadsleden ‘de toezichthouders bij uitstek’ op de rechtshandhaving zijn. Het raadslid vindt zich gelegitimeerd een klacht in te dienen.  Dat gebeurt twee dagen later, op 20 november 2006.
Naar aanleiding van de klacht wordt het raadslid, voor een gesprek op 4 januari 2007 op het politiebureau aan de Rosegracht te Terneuzen uitgenodigd. Kort en goed komt de lezing van teamchef Boer hier op neer: “De agent ‘constateert’ omstreeks 17.02 uur dat de heer Brand in een auto rijdt. De verbalisant kent de heer Brand en weet dat hij geen rijbewijs heeft. De verbalisant komt omstreeks 18.00 uur op bureau en besluit de heer Brand van zijn constatering in kennis te stellen. Dat had hij niet hoeven doen, aldus de heer Boer. Van het gedoe aan het loket kijkt hij niet  op. Hij kan dat billijken want de agent is een ex-marinier en komt daarom robuust over. Dat de gegevens niet terstond werden verstrekt is een onvolkomenheid.”
De eigenaar van de auto had minimaal geraadpleegd kunnen worden. De overheid is daartoe verplicht. Wellicht kan de eigenaar meedelen wie er dan wel in gezeten heeft rond dat tijstip en óf hij die auto die middag heeft uitgeleend. Eerst in het bijzijn van raadslid Freeke wordt een onderzoek gedaan naar de eigenaar van de auto.
Natuurlijk wordt het onderzoek bemoeilijkt doordat de agent op 4 januari 2007 het telefonische onderzoek doet in plaats van op 18 november 2006, wat de verbalisant had behoren te doen. Deze laksheid kan uiteraard niet verdachte worden aangerekend.   
Ook is dit in strijd met de onderzoeksplicht van de overheid. Dit te meer daar de verbalisant protest binnen kreeg. Wat hiervan ook zij, niet is komen vast te staan dat de auto met het bewuste kenteken aan ondergetekende werd uitgeleend. De heer Boer heeft ook getracht op te sporen of de auto aan iemand behoorde die mogelijk tot de familie- of kennissenkring kan worden gerekend. Dit bleek niet het geval.
De heer Boer had het volgende scenario bedacht. “B. ziet dat ie ontdekt is door een agent. Hij bedenkt onmiddellijk dat ie voor een alibi moet zorgen. Hij parkeert meteen de auto (waar eigenlijk?) en rent naar een winkel (waarom niet de dichtst bijzijnde?) en koopt een artikel. Daar staat de tijd op.”  De heer Boer suggereerde ook dat  de zomertijd erop stond want de winkel sluit pas om 18.00 uur en niet om 17.00 uur. Het gebeurde evenwel op zaterdag, de winkels sluiten om 17.00 uur, dus 17.00 uur is juist.   Tot slot bedacht de heer Boer dat het tijdstip onjuist moest zijn en dat de verbalisant op ambtseed een aanvullend proces-verbaal zou opmaken.  De tenlastelegging is ruim geformuleerd. Het feit zou op of omstreeks 18 november 2006 zijn geschied. Het tijdstip ontbreekt. Met veel moeite worden kopieën uit het strafdossier verstrekt. De zitting is namelijk in Terneuzen, terwijl het dossier in Middelburg ligt.   Verdachte kan in het proces-verbaal van 28 maart 2007 (waarom vier maanden na dato pas opgemaakt) lezen dat hij  -in strijd met de waarheid- ‘staande’  werd gehouden.   Het raadslid vindt daarin aanleiding om daarover zowel bij het Openbaar Ministerie als de politie Zeeland een klacht in te dienen. Een kopie gaat naar de burgemeester. Dit omdat in processen-verbaal bewust foutieve verklaringen uit den boze zijn. Immers het proces-verbaal wordt op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt. Deze moet dus voldoen aan de eisen van betrouwbaarheid, opdat een rechter er op moeten kunnen blind varen.  Op 4 december 2007 komt de zaak voor. Verdachte komt met vier getuigen op de proppen. Want het recht zal moeten zegevieren.   Vrijspraak! Merk echter de kwalijke rol van de Officier van Justitie op!   

        8. Nachtmerrie jonge vrouw

Twee agenten houden ’s-nachts een jonge vrouw in haar auto aan. Een nachtmerrie voor haar volgt. Daarna wordt een klacht over 12 (!) onbehoorlijke gedragingen in gediend. Op 4 november 2007 was de hoorzitting.

 
1.         Het is onredelijk ondervraagde niet even te laten bellen.  Allereerst mocht ondervraagde niet één telefoontje plegen. Ook volgens het openbaar ministerie heeft iedere verdachte recht op één telefoontje. Het is tevens onredelijk om dit niet toe te staan. Door dit elementaire recht te schenden, wordt het de ondervraagde meteen duidelijk dat zij in het verdere verloop hoe dan ook het onderspit moet delven. Verdachte wordt klein gemaakt.

 
2.         Imponeren door steeds een onjuiste stelling voor te houden (‘total loss’). Er werd haar steeds door beide verbalisanten voorgehouden dat verdachte de auto total loss had gereden. Zo’n stelling heeft natuurlijk impact op een verdachte en imponeert geweldig. Je moet wel de indruk krijgen dat je beoordelingsvermogen is aangetast. De schade aan de auto bleek overigens relatief gering.

 
3.         Rijbewijs op wilde wijze uit haar portefeuille trekken en geen ontvangstbewijs afgegeven. Het rijbewijs werd ingevorderd. Ondervraagde zou dit op verzoek onmiddellijk hebben kunnen afgeven en je waardigheid hebben kunnen behouden. Vervolgens trekt de agent op eigen initiatief met een wilde en brede armbeweging het rijbewijs van ondervraagde uit het opgevouwen plastic hoesje van de portefeuille van ondervraagde.  Deze manier van ‘invorderen’ is een vorm van ongeoorloofde intimidatie. Ter zake werd bovendien geen ontvangstbewijs uitgereikt. De politie oefent hier meer macht uit dan redelijkerwijs voor haar taakuitoefening nodig is. 

 4.         Ondervraagde is in de verdediging onomkeerbaar geschaad door geen afdoend en onvoldoende adequaat onderzoek te verrichten.  Bij ondervraagde is nooit eerder het alcoholgehalte vastgesteld door middel van een alcoholonderzoek. Het alcoholgehalte is vastgesteld door middel van een ademanalyse waarbij in een apparaat moet worden geblazen dat vervolgens het ademalcoholgehalte vaststelt.  Het alcoholonderzoek is nauwkeurig geregeld in ondermeer het Besluit Alcoholonderzoeken. Dit besluit bevat een grote hoeveelheid gedetailleerde voorschriften waaraan moet worden voldaan bij een alcoholonderzoek. Zijn één of meerdere regels niet nageleefd, dan kan de rechter tot de conclusie komen dat er geen sprake is van een rechtsgeldig onderzoek in de zin van artikel 8 WVW. In dat geval zal hij besluiten tot vrijspraak.  Ondervraagde had onvoldoende longcapaciteit. Ze wordt ten onrechte beticht van onwil. Bij onvoldoende longcapaciteit dient echter namelijk een bloedproef te worden genomen. De juistheid van de  score staat daarom niet, althans niet onomstotelijk, vast. De ondervraagde is hiermee in haar verdediging geschaad. Verder kan de innerlijke overtuiging van de rechter hiermee ten onrechte in voor ondervraagde ongunstige zin worden omgebogen c.q. valt het transactievoorstel hoger uit. Dit is weliswaar des rechters, maar ondervraagde is onomkeerbaar in haar verdediging geschaad. 

5.         Herhaalde Intimidatie met uit de lucht gegrepen beschuldigingen (‘drie bestuurders geraakt’).  ‘U heeft drie bestuurders geraakt’ is geen vraag om tot waarheidsvinding te komen maar een ongefundeerde beschuldiging met het oogmerk te intimideren. Omdat deze ongefundeerde beschuldiging enkele malen werd herhaald, was het kennelijk de bedoeling om de verdachte onder de indruk te brengen. 

6.         Stelselmatig op de stoel van de rechter gaan zitten. De verbalisant paste ook stelselmatig een afdwingende systematiek toe dat door te zeggen dat door medewerking een mildere straf kan worden verkregen. Letterlijk: ‘Hoe meer jij zegt, hoe minder straf jij van de rechter krijgt’. Dit is handig inspelen (‘verhoortruc’) om verdachte tot een betekenis te verlokken.
Kwalijk, omdat in Nederland alleen de rechter de straf en strafmaat bepaalt, terwijl verbalisanten niets van hun beloften waar kunnen waarmaken. Volgens de Hoge Raad moet als verhoor worden beschouwd  ‘alle vragen aan een door een opsporingsambtenaar als verdachte aangemerkt persoon betreffende diens betrokkenheid bij een zeker strafbaar feit’. Overigens worden in alcoholzaken de richtlijnen van het OM gevolgd.   

7.         Schending van het recht door verbalisant, met name artikel 3 van het Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het slot van de ondervraging,  omstreeks 06.00 uur,  is zonder meer vernederend. “Wij slapen straks lekker en jij niet” zegt een verbalisant.  Volgens artikel 3 van het Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden mag niemand  onderworpen worden aan onder meer een vernederende behandeling. Deze vernederende behandeling komt in plaats van de normale beleefdheidsuitwisselingen die hier te lande tussen personen gebruikelijk is.  De opmerking  “Wij slapen straks lekker en jij niet” dient geen enkel justitieel doel dan het oogmerk tot het vernederen en krenken van de ondervraagde persoon. Hiermee wordt in elk geval de kwaliteit van het politieoptreden verlaagd, want hoe fout een verdachte ook is, een verdachte behoort niet een object van spot te worden. Het zou misschien anders kunnen liggen indien verdachte scheldt of niet meewerkt of men met een verdachte van moord te maken heeft. Maar zelfs dan is het nergens voor nodig een verdachte te vernederen. Onder ‘niet meewerken’ valt uiteraard niet dat verdachte wenst te zwijgen op momenten als dat je geraden voorkomt (‘fair trial’). 

8.         Een afschrift van het verhoor is ondervraagde ten onrechte geweigerd. Een afschrift van het verhoor krijgt verdachte, ook na herhaalde vraagstelling, niet. Op de derde vraag, krijgt verdachte van verbalisant, in plaats van dat zij aangeeft dat tegen de weigering een kopie te verstrekken een rechtsmiddel openstaat, ad rem ten antwoord: ‘Ik ben geen papagaai’. Dan gaat er een homerisch gelach in het gehele politiebureau op.  Om even de sfeer aan te geven waarmee men als burger op het politiebureau te maken kunt krijgen: je hebt recht op een kopie van het verhoor, in plaats daarvan word je geen recht gedaan en vervolgens gewoon door alle aanwezige  politieambtenaren op de begane grond uitgelachen.   Hoofdregel is echter dat aan een iemand die daar om verzoekt, gedurende het voorbereidend onderzoek zonder onnodige vertraging een afschrift van zijn eigen verklaring wordt verstrekt, behalve als het onderzoeksbelang dit (tijdelijk) niet toestaat, bijvoorbeeld omdat in een zaak meerdere verdachten zijn. In dat geval moet de politie het verzoek om een afschrift aan de officier van justitie voorleggen.
In het geval dat er geen onderzoeksbelang in de weg staat, kan tot onmiddellijke verstrekking van een afschrift van het proces-verbaal aan verzoekster worden overgegaan. Er was geen enkel onderzoeksbelang. Verdachte werd trouwens evenmin gewezen op de mogelijkheid bij het gerecht bezwaar daartegen aan te tekenen.  ’Omstreeks 22.10 uur neemt de gemachtigde van verdachte daarover contact op met de politie. Verbalisant, met wie gemachtigde wordt doorverbonden, verklaart desgevraagd dat ondervraagde geen recht heeft op een kopie van het verhoor. Dringende redenen om een kopie te weigeren werd niet gegeven. ‘Papieren kunnen door een advocaat worden afgehaald’, vindt verbalisant. Opnieuw wordt verzuimd de mogelijkheid van bezwaar aan te geven.    

9.         Proces-verbaal niet conform de werkelijkheid. “De verdachte verklaarde bereid en in staat te zijn om haar deel van de schade te vergoeden.” Deze zin in het proces-verbaal is pertinent onjuist. Hieruit valt ten onrechte uit af te leiden dat verdachte schade bij derden heeft veroorzaakt.    Nadat verdachte meer dan drie keer stellig had ontkend dat zij ‘drie andere bestuurders’ heeft geraakt, komt de ondervrager op het idee de vraag anders te formuleren. “áls je die bestuurders hebt geraakt, ben je dán bereid die schade te vergoeden?” Ja, antwoordt verdachte, waarna de gewraakte, onjuiste zin in het proces-verbaal wordt opgenomen.  De hoofdregel is echter dat een proces-verbaal van verhoor zo veel mogelijk in de bewoordingen van verdachte moet worden opgemaakt en bewust foutieve verklaringen uit den boze zijn. Immers het proces-verbaal wordt op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt.     

       
10.       Onvolledig samengesteld strafdossier.  Blijkens het strafdossier ten behoeve van de verdachte verklaart geen enkele bedienaar de ademonderzoekprocedure conform de voorschriften te hebben uitgevoerd.    Op afdruk ‘honac-intox’ in het strafdossier, welke afdruk als bewijsmiddel moet dienen, ontbreekt zowel de naam als de ondertekening van de bedienaar van de apparatuur.  Een verdachte of diens advocaat voor de verdediging heeft geen andere dan de informatie uit het strafdossier. Dit dossier moet onverkort gelijkluidend zijn aan die van de rechter.  
Het kan niet zo zijn dat de paperassen voor de verdachte er anders uitzien dan die voor de rechter. De rechter beschikte wél over een correct ingevuld en getekend exemplaar. Dit komt eerst op de rechtszitting uit. Dit is geen correcte gang van zaken. De politie had ten minste ten behoeve van de verdachte voor een correct strafdossier moeten zorgen. Immers bij geen  rechtsgeldig onderzoek in de zin van artikel 8 WVW., dient vrijspraak te volgen.

11.       Onjuiste tijdstippen in proces-verbaal. De tijd welke de honac-intox aangeeft is ook onjuist. Het tijdstip waarop de test is gedaan zou volgens het bijgevoegde bewijsmiddel 06:03 uur zijn. Dit is onmogelijk. Haar ouders werden namelijk omstreeks 06.00 uur uit hun bed gebeld.  Zij zijn bereid dit onder ede te bevestigen. De zgn. voorgeleiding, volgens het proces-verbaal omstreeks 06.00 uur, aan de hulpofficier van justitie, de hoofdinspecteur van politie bestond louter en alleen uit het geven van een hand. De hulpofficier heeft onverstaanbaar zijn naam gemompeld. Voor de rest werd er geen stom woord gewisseld. Onduidelijk is wat nu het nut van zo’n ‘voorgeleiding’ is.  
Deze hoofdambtenaar had bij het nazien minimaal de vele taalfouten in het proces-verbaal kunnen verbeteren. Dit werkstuk moet als bewijsmiddel dienst doen. Dit levert grond op voor het vermoeden dat de politie van hoog tot laag met procedures het niet zo nauw neemt.     In het proces-verbaal zijn alle verdere tijden aan het verkeerde tijdstip van de honac-intox aangepast. Dit verklaart ook het onjuiste tijdstip van ‘heenzending’: 6.30 uur. Dit was pertinent 6.00 uur. Op 16 mei is het proces-verbaal van aanhouding pas opgemaakt, dus alle tijd om de zaak kloppend te krijgen.  

               
12.       Schoenen zonder veters afgenomen. Het is bekend dat verdachten de veters uit hun schoenen moeten afgeven om zelfwurging te voorkomen. Het gaat dus duidelijk om de veters, niet om de schoenen.  Verdachte had geen veters in haar schoenen.  Zij moest op grond hier van haar schoenen afgeven! Het voorschrift ‘veters innemen’ is kennelijk verworden tot ‘schoenen inleveren’.  Dit betekent dat degene die geen veters in de schoenen heeft slechter af is. Immers de cel bestaat, althans van deze verdachte, uit koud beton en voor de rest niets. De jonge vrouw staat in de cel op de betonnen vloer; een stoel is er niet. Wanneer mag ze de cel uit?   
De nachtmerrie van deze jonge vrouw neemt nog geen einde. Als ze voorkomt, weigert de rechter tot drie keer toe haar pleidooi, neergelegd in een pleitnota, aan te horen. De pleitnota mocht wel worden ingeleverd, maar zij voegde er onmiddellijk er aan toe ‘die ga ik wel eens een keer lezen nadat ik uitspraak heb gedaan’ en vonniste ogenblikkelijk. Hierover heeft gemachtigde een klacht bij de klachtencommissie van de rechtbank ingediend.
De klachtadviescommissie van de Rechtbank Middelburg, onder voorzitterschap van P.G.J. de Heij, adviseert d.d. 14 februari 2008 het bestuur de klacht tegen R.C.M. Reinarz, "voor zover die inhoudt dat klaagster niet in de gelegenheid is geweest haar pleitnota voor te dragen en dat daardoor haar het recht op het laatste woord ontnomen is, gegrond te verklaren". Hetgeen geschiedde.

Op de hoorzitting van de klachtencommissie van 2 november jl. te Middelburg, alwaar een twaalftal  misdragingen van de Politie Terneuzen werden behandeld, vroeg de voorzitter (een voormalig politierechter)  waarom heeft gemachtigde geen hoger beroep aangetekend!?  
Welnu, gemachtigde wilde dat uiteraard heel graag, maar na de belabberde behandeling door zowel politie als rechter, had de jonge vrouw het vertrouwen in alles wat met politie en justitie te maken had, totaal verloren. Zij wilde geen enkel risico nemen dat haar nachtmerrie zou worden verlengd eindigen met een terugvordering van het rijbewijs. Het rijbewijs dat zij voor haar werk nodig heeft. In de praktijk is die kans bij hoger beroep nihil, maar dat kon de jonge vrouw niet meer geloven.

Haar vertrouwen in de rechtsstaat heeft in elk geval een flinke deuk opgelopen.    De klachtencommissie wees alle (!) twaalf klachten summier gemotiveerd af. [Noot: de rol van de voorzitter is opmerkelijk:   www.lcfterneuzen.nl  rubriek media, d.d. 31 december 2009.]  In samenspraak met gemachtigde gaat de Nationale Ombudsman vanaf april 2008 bij het regionale politiekorps Zeeland ten aanzien van de ambtenaren van zes ‘kansrijkste’ klachten van de twaalf ingediende klachten grondig onderzoeken. De uitslag en een volledige omschrijving van het onderzoek is van het onderzoek is te vinden onder nummer 2009/249 van de Nationale Ombudsman. Hij beveelt tevens een betere bouwsteen aan.
1. na haar te hebben aangehouden, hebben geweigerd om haar te laten telefoneren. GEGROND
2. haar rijbewijs op incorrecte wijze hebben afgenomen. GEEN OORDEEL
3. haar op incorrecte wijze hebben bejegend door te zeggen: “Wij slapen straks lekker en jij niet”. GEEN OORDEEL.
4. hebben geweigerd haar een kopie van het proces verbaal te geven en geen ontvangstbewijs hebben afgegeven voor het rijbewijs dat is afgenomen. GEGROND
5. in het proces-verbaal foutief hebben gesteld dat verzoekster bereid en in staat zou zijn om haar deel van de schade te vergoeden. GEGROND
6. haar schoenen ten onrechte hebben afgenomen. GEGROND


        10. Rechtszaken dreigen onbetaalbaar te worden

Dat is de conclusie die kan worden getrokken op basis van berekeningen die de Raad voor de Rechtspraak heeft gemaakt over de gevolgen van het kabinetsvoornemen, vastgelegd in een bijlage van het regeerakkoord, dat de griffierechten, die moet worden betalen om een rechtszaak te kunnen aanspannen, per 2013 ‘kostendekkend’ moeten zijn, zo luidt een persbericht van 15 januari 2011.
De Raad voor de Rechtspraak, het overkoepelende bestuur van de negentien rechtbanken, de vijf gerechtshoven, de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, heeft nu doorberekend wat de nieuwe griffiegelden per 1-1-2013 worden. ‘Een stille revolutie’, zo stellen de deskundigen die dit met cijfers onderbouwen. ‘Het zal de aanblik van de rechtspleging radicaal kunnen veranderen.’ Het kostendekkend maken leidt volgens de Raad tot de volgende schattingen.

Arbeidsgeschil van € 210,-  naar  € 1.540,-
Kantonrechter van € 70,- naar € 1.190,-
Belastingdienst van € 40,- naar € 750,-
Hoger beroep Hof van € 1.590,- naar € 5.050,-

        Conclusie

Mediatie zal steeds meer veld winnen. In de praktijk blijkt dat een compromis in de regel de beste weg is. Kosten worden vermeden en tijd wordt gewonnen. En tijd is geld. Een van de inktzwarte schaduwzijden van de klassieke juridische geschilbeslechting is dat er een  voorstel van het kabinet ligt om de griffiegelden ‘kostendekkend’ te maken. Dit zal een hogere drempel naar de rechter betekenen.  De tegenpartij zal kunnen inschatten dat de ander het voor de kosten zal nalaten hem voor de rechter te slepen. Mogelijk leiden hoge griffiegelden tot meer doelmatigheid, maar dit zal naar mijn menig de rechtvaardigheid niet ten goede komen. De zwakste partij zal stellig de dupe worden.  Niet altijd behoort een compromis tot de mogelijkheden. Soms moet een hoger doel  worden gediend, bijv. dat de werknemer zijn verdiende loon ontvangt, agenten en een rechter tot de orde worden geroepen, dat een gemeentebestuur belastinggeld niet onrechtmatig uitgeeft, dat wordt gezorgd voor een gezonde en veilige omgeving.  Helaas is bijgevolg  aan verzuring tussen partijen niet te ontkomen.  Tot slot kunnen we aan de hand van de casussen concluderen dat de hypothese dat het recht voor haar goed functioneren sterk afhangt van de samenleving, juist blijkt.        

Cees J. Freeke                   

 

bel 0115- 69 52 52