Welkom op de website van de LCF Terneuzen
Cees Freeke
Woord vooraf
1
Inleiding
2
Casussen
4
1. De schrootverwerker
4
2. Stichting Tragel
4
3. Vier ongelukken in vier maanden
5
4. Onrechtmatige staatssteun
5
5. Interpellatie voornemen derde coffeeshop 6
6. Onrechtmatige inhouding op loon
7
7. Het valse proces-verbaal op ambtsbelofte 8
8. Nachtmerrie van een jonge vrouw
10
10. Rechtszaken dreigen onbetaalbaar te worden 15
Conclusie
15
Woord vooraf
Krijgt een verdachte in Nederland altijd het laatste woord? Durft een
werkgever het gehele loon in te houden? Moeten er eerst ernstige
verkeersongelukken gebeuren voordat een gemeente in beweging komt?
Kan een skihal van drugsgeld worden gebouwd? Vindt een
Officier van Justitie een vals proces-verbaal erg? Mag de provincie
stelselmatig het aantal toegestane decibels in de vergunning verhogen?
Durft een college van B&W willens en wetens een onrechtmatige
subsidie te verstrekken? Trekt een zorginstelling zich iets van
klachten aan? Durft de politie ‘s-nachts uren een meisje haar schoenen
te vorderen en haar te tarten en op de betonnen vloer in een kale cel
te laten staan? En wat vindt de Nationale Ombudsman daarvan?
Kortom: deze essay handelt over het toegepaste recht in de
maatschappij. Het toegepaste recht weerspiegelt namelijk de
samenleving.
De casussen, die antwoord geven op bovenstaande vragen, bestaan
uit twee arbeidsgeschillen, twee strafrechtzaken, twee geschillen met
de decentrale overheid en een geschil over een verkeerssituatie, over
geproduceerd geluidsoverlast en over de wijze van de
zorgverlening.
Mijn vrouw, Yvonne Freeke-Broekhuijzen, heeft haar inbreng gehad met
betrekking tot de leesbaarheid van dit geheel. Deze vaststelling
impliceert van woord van dank.
Inleiding
De gevallen 1 t/m 3 gaan over succesvolle bemiddeling. Niemand stak
zijn nek uit, maar het aangaan van persoonlijke gesprekken werkte. Het
eerste geval gaat over een schrootverwerker die zich niets
gelegen laat liggen aan zijn omwonenden. Hij reageert boos als hij door
omwonenden er over wordt aangesproken. En verder helpt de overheid
helpt hem een handje: Zo wordt de komst van de peilwagens na
telefonische klachten door de milieudienst Middelburg bij de overtreder
aangekondigd. Natuurlijk, de gedragsverandering wordt feitelijk bereikt
door de preventieve werking van procesvoering: zij het dat in dit geval
tegen de overheidsinstanties. Ook berichten in de pers dragen tot
oplossing bij: zowel overheid als ondernemers houden niet van negatieve
publiciteit.
Het tweede geval betreft ‘De Stichting Tragel’. Deze beheert een groot
verzorgingsgebied in Zeeuws-Vlaanderen. De directeur
Gebruers zwaait daar al jarenlang de scepter. Inwoners van Westdorpe
verhalen dat hij al jarenlang ongevoelig is voor kritiek. Daar moest
dus nodig wat aan gebeuren. Belanghebbenden stelden een zwartboek
samen. Geen enkele overheidsinstantie voelt zich verantwoordelijk en
verwezen alle naar formele regels. Enkele berichten in de regionale
krant geven de directeur aanleiding mij voor een gesprek uit te
nodigen. En dat bleek succesvol.
In het derde geval gaat het om ‘Vier ongelukken in vier maanden’. Het
betreft de enorme halsstarrigheid die zogenaamde deskundigen aan den
dag leggen. Na diverse afwijzingen komt er een persoonlijk gesprek met
de wethouder en vervolgens een budget. De weg wordt aangepast
overeenkomstig de wensen van de ‘klaarovers’.
Geval vier gaat over gemeentelijke subsidie, in casu onrechtmatige
staatssteun, welke men in strijd met Europese regels wilt geven. Ten
einde de zaak goed te versluieren wordt er zelfs voor dat doel een
rechtspersoon opgericht. Na een geheel schriftelijke strijd waarbij de
pers smulde, legde de burgemeester zijn hoofd in de schoot.
In de casus vijf ‘de interpellatie’ ziet de burgemeester het
drugsprobleem uitsluitend als een openbare-ordeprobleem. Hij
wenst een derde coffeeshop op het oude douaneterrein pal aan de grens
met Belgïë. De burgemeester van Zelzate reageert ontstemd.
Internationaal, zo is mij bekend, is afgesproken dat er geen shops aan
de grens mogen worden gesitueerd. Maar de burgemeester Jan Lonink
beweert toestemming van minister Donner te hebben gekregen. Hoe dit aan
te pakken? Goed raad is duur. Ik besloot een tussenweg te bewandelen.
Een interpellatie zou hem de kans geven uit te leggen hoe het nu
werkelijk zit. Maar de interpellatie werd na drie seconden afgehamerd.
Hij dacht het pleit gewonnen te hebben, maar ik liet een bevriend
Tweede-kamerlid vragen aan de minster stellen. Hij werd de volgende dag
al teruggefloten. In de pers verscheen een bericht ‘Lonink boos …’ en
een dag later mijn motivering: ‘Boosheid Lonink ongegrond’. De
verhoudingen kwamen onder het vriespunt, maar ik ontving een
Nieuwjaarskaart van de burgemeester van Maldegem.
In geval zes gaat om
een arbeidsgeschil. Ik heb er vele gedaan, maar dit facet zag ik niet
eerder. De werkgever meent een vordering over de huisvesting van
de werknemer onmiddellijk geheel te kunnen verrekenen. Bovendien
is de vordering op zichzelf aan twijfel onderhevig. Een aangetekende
brief, gevolgd door een e-mail en een telefoongesprek waarin ik met een
loonvorderingsprocedure dreigt, is voor de werkgever aanleiding meteen
het loon diezelfde dag over te maken. Nu was de dreiging wel hard te
maken, maar tegenwoordig wordt een arbeidsgeschil niet met een
verzoekschrift aan de rechter ingeleid maar moet de omslachtige
dagvaardingsprocedure worden gevolgd. Dus een advocaat inschakelen, die
meteen begint te rekenen….
In het strafrecht, meer
dan in het arbeidsrecht, staat een David tegenover een Goliath. In de
zevende casus gaat om een strafzaak welke wordt ingeleid met een
vals proces-verbaal. Nu zal dat wel meer voorkomen. Ook een vals
proces-verbaal. Een paar jaar geleden werd de hele top van de politie
Zeeland eruit gegooid wegens grote integriteitproblemen. De kwestie
raakt aan de rechtsstaat omdat zonder het tegenbewijs, een
kassabonnetje van Intertoys, de onschuldige zonder meer zou
zijn veroordeeld.
In Nederland is dat
trouwens schering en inslag, de Schiedammer parkmoord, de
Deventermoordzaak, Lucia de Berk, Ina Post. Over deze laatste persoon
schreef ik al een paar jaren geleden dat zij moest worden
vrijgesproken, hetgeen inmiddels is gebeurd. Martien Hunnink moet de
volgende zijn.
Geval acht, ‘de nachtmerrie van een jonge vrouw’, mag in dit
geheel niet ontbreken. De wijze waarop de politie zeeland met
haar machts- en dwangmiddelen omgaat, is ontluisterd. Deze vrouw gaat
helemaal door de mangel. Wanneer zij ter terechtzitting verschijnt, mag
zij -de door mij vervaardigde pleitnota- niet voordragen!
Hoezo rechtsstaat? Deze vrouw is inmiddels haar vertrouwen in de politie en de rechterlijke macht geheel verloren.
Lees en huiver. De Ombudsman heeft een wettelijke basis.
Hij werkt procesmatig en geheel volgens juridische regels.
Voordeel van deze procedure is: geen heffing van griffierechten
en een reiskostenvergoeding op basis van openbaar vervoer.
Geval negen is een wederom een arbeidsgeschil, anno 2011.
In het tiende punt trekken de beleidsvoornemens van de regering de
aandacht. De Raad voor de Rechtspraak maakte berekeningen
over de gevolgen van het kabinetsvoornemen, vastgelegd in een bijlage
van het regeerakkoord, dat de griffierechten, die iedereen moet betalen
om een rechtszaak te kunnen aanspannen, per 2013 ‘kostendekkend’ moeten
zijn.
Zo zouden de griffierechten van een arbeidsgeschil van € 210,-
naar € 1.540,- worden verhoogd. Een en ander moet nog uit de verf
komen, maar het zal zeker meer dan € 1.200,- bedragen.
1. De schrootverwerker
Al tientallen jaren wordt aan de rand van Terneuzen tegen de bebouwde
kom aan, schroot verwerkt. Door de geavanceerde apparatuur wordt de
geluidoverlast steeds meer. De provinciale overheid legaliseert dit
door op aanvraag een vergunning af te geven waarin het produceren van
meer decibels wordt toegestaan. In de buurt ‘Driewegen’, tegenover de
schrootverwerker, wordt door een aantal inwoners bij een raadslid
geklaagd. Hij neemt de handschoen op. Geen eenvoudige klus, omdat
milieu onder de provincie ressorteert en de gemeente in het verleden
tevergeefs getracht heeft het bedrijf naar het industrieterrein te
verplaatsen. De gemeente vond dat de schrootverwerker te veel
financiële compensatie vroeg. Een procedure bij de Raad van State had
tot resultaat dat een ijzeren geluidswal van vijf naar zes meter werd
verhoogd. Daardoor werd ook de klankbordfunctie verhoogd en
daarmee sneden de omwonenden zichzelf in de vingers.
Controle stelt niets
voor: de milieudienst Middelburg kondigt de komst van de peilwagens
aan. Het raadslid verdiept zich in alle facetten van het probleem en
stelt mei 2005 schriftelijke vragen aan burgemeester en wethouders en
er volgt een bericht in de krant. De gemeente wil uiteindelijk ‘niets’:
‘we gaan daar niet over’. Reden voor het raadslid om in september
2006 een ernstige milieuklacht bij de provincie in te dienen. De
provincie stelde een mediatie voor. Plaats van handelingen: stadhuis.
Een mediator, de bedrijfsleider van de Schrootverwerking
Zeeuws-Vlaanderen en ondergetekende. Resultaat: geen
geluidoverlast meer. Eén van de bewoners gaf bij een toevallige
ontmoeting spontaan in een supermarkt een bos bloemen mee. Mediatie
werkt!
2. Stichting Tragel
Over deze stichting regende het klachten. De klachten komen van
bewoners uit de gemeente Terneuzen, terwijl de hoofdvestiging van deze
stichting op het grondgebied van Hulst ligt. Volgens een zwartboek werd
van januari 2002 tot medio september 2003 in totaal 221 maal een beroep
gedaan op invalskrachten, tijdelijke medewerkers en stagiaires bij het
vervangen van de normale bezetting en wel door 110 verschillende mensen
(in één woongroep!). De griffier van de gemeente Terneuzen wijst mij
erop dat er met de stichting geen subsidie relatie ligt. Mij kennelijk
kennende geeft hij de vragen wel in behandeling. In de toelichting bij
mijn vragen vermeld ik een bericht uit de Staatscourant van 15 november
2004. ‘Voor capaciteitsuitbreiding met 26 plaatsen en ruimteuitbreiding
met 46 plaatsen, ondersteunende begeleiding waarvan 36 plaatsen te
realiseren op de voormalige hoofdlocatie van de instelling de Sterre
van de Stichting Tragel.’ De heer Gebruers berichtte aan
medewerkers en cliëntvertegenwoordigers op 11 november 2004:
"Verder speelt ook een rol dat we nog steeds minder cliënten hebben dan
voorheen, terwijl we nog wel over evenveel (dus feitelijk te veel)
personeelsleden beschikken". Dit klopt niet met de aanvraag van
capaciteitsuitbreiding en de verkregen vergunning van het
Ministerie per 15 november 2004, alsook de recentelijke
personeelswerving in- en extern [Bijlage Tragel]. De burgemeester
mag niets doen: ‘niet bevoegd’. Maar ik aanvaard de rol van bemiddelaar
en mag bij de directeur Gebruers op bezoek. Vrijwel alle klachten
werden opgelost. Bemiddeling werkt.
3. Vier ongelukken in vier maanden
De éénbaansweg Guido Gazellelaan gaat vóór een oversteekplaats in een
tweebaans over. Gevolg: automobilisten willen opschieten en gaan meteen
naar de tweede rijbaan. Ouders van kinderen ‘klaarovers’ wezen mij op
de gevaarlijke situatie. Een verzoek aan de gemeente werd
afgewezen. Naar mijn mening ten onrechte. Op 3 augustus 2005
argumenteerde ik: “Naar de visie van het college is het ‘nog maar de
vraag’ dat de namens vele inwoners van Terneuzen door LCF aangevraagde
wegversmalling wenselijk is. Uit uw woordkeuze ‘nog maar de
vraag’ blijkt dat u het ook niet weet. In zo’n geval moet de mening van
de klaarovers, de echte verkeersdeskundigen, de doorslag geven.
Nu lijkt het erop dat uw college zo weinig mogelijk aan de wensen van
LCF tegemoet wil komen en met fraaie stadhuiswoorden naar
afwijzingsargumentatie zoekt. In dit geval met een
tegenstrijdigheid”. De wethouder riep mij op voor een
gesprek in bijzijn van de verkeersdeskundige. Hij ging overstag en een
paar maanden later kwam er een budget van € 63.000,-. De middenberm
werd meteen aangepast voor de oversteek van kinderwagens. De
bemiddeling was succesvol.
4. Onrechtmatige staatssteun
De verzuring begint doordat de gemeente om haar doeleinden te bereiken
niet aarzelt om de wet of regelingen van hogere orde te overtreden. De
casus. De gemeente, de woningbouwvereniging Clavis, Merrall
Theaters en bouwbedrijf Delta steken de koppen bij elkaar. Zij willen
een ‘Kop van de Noordstraat’. Een voorfront met 36 dure appartementen,
boven de winkeltjes en een bioscoop. Dat het voor de hand ligt dat dit
in een stad als Terneuzen niet rendabel is, werd weggewuifd. Hiertoe
wordt een rechtspersoon, genaamd 'Bellevue' opgericht. Een passende
benaming; de bedoeling is dat bij deze rechtspersoon een mooi uitzicht
bestaat op een subsidie uit de gemeentepot van
€ 2.250.000,-. Dit is uiteraard pure concurrentievervalsing, ook ten
opzichte van het naburig lidstaat België. Je kunt moeilijk concurreren
tegen een ondernemer die een substantieel deel van zijn bouwkosten van
zijn onderneming vergoed krijgt. In de zin van Europees recht:
‘onrechtmatige staatssteun’.
In november 2003
tekende zich een raadsmeerderheid af en kon het tij door mij niet
politiek gekeerd worden. Ik schreef daarom op persoonlijk titel een
brief aan hare Majesteit ‘het daarheen te leiden dat bij Uw Koninklijk
Besluit 'spontaan' op grond van artikel 268 van de Gemeentewet door U
wordt vernietigd het besluit … vanwege schending van het recht, met
name EG-recht, de gemeenschapstrouw .. (art. 10 EG-Verdrag). Het
gemeentebestuur werd door ‘Den Haag’ tot de orde geroepen. Verder
berichtte ik Burgemeester en wethouders dat, nu alles bekend was, zij
niet langer konden ontkennen dat zij onrechtmatige feiten willens en
wetens zouden begaan en dat de subsidie ook naar België toe
‘potentieel’ concurrentieverstorend zou werken. De
burgemeester was des duivels en ‘Bellevue’ werd dan ook enige tijd
later ontbonden. De burgemeester deed later alsof dit niet door de
ambtsberichten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken was
veroorzaakt. Maar de inmiddels gepensioneerde directeur van de
woningbouwvereniging verklapte dat alles ‘staatssteunbestendig’ moest
worden gemaakt. De verantwoordelijke wethouder heeft de bioscoop op het
parkeerterrein van Bakker Bart (!) geplaatst en de bioscoop ging enige
tijd later failliet. Medio 2009 werd over het tijdvak 2000-2009 €
700.000 advieskosten afgeboekt.
Weliswaar was er € 1.550.000,- belastinggeld gered, maar de relatie
raadslid – B&W was verzuurd. Noot: zie punt 7 in:
http://www.lcfterneuzen.nl/nieuws/20090710.htm
5. Interpellatie voornemen derde coffeeshop
Hier een geval van verzuring. Burgemeester Lonink wil zijn
drugsoverlastprobleem oplossen door naar het voorbeeld van Venlo een
McDope pal aan de grens met Zelzate te plaatsen. Ik vraag een
interpellatie (dit middel wordt zelden ingezet) aan en motiveer dat als
volgt: Op mijn vraag of het 'proefballonnetje' over een derde
koffieshop definitief is doorgeprikt nu de minister koffieshops in de
grensstreek tegengaat, verklaarde de burgemeester in de rondvraag van
de raadscommissievergadering 'Bestuur en Middelen' van 8 april 2006
onomwonden dat het geen proefballonnetje was en dat een derde
koffieshop in het kader van 'Houdgreep' Axel en Koewacht zou ontlasten.
De daaruit voortvloeiende schaalvergroting baart de fractie ernstige
zorgen en is reeds uit hoofde van het raadsprogramma onaanvaardbaar.
De burgemeester lichtte toe dat uit door hem aangegane besprekingen te
Den Haag naar voren komt dat de minister weliswaar 'naar buiten toe'
recentelijk verklaarde koffieshops aan de grens te willen tegengaan,
maar dit bestuurlijk-intern zal 'gedogen'(!). Ik geloofde
er helemaal niets van. Schaamte is namelijk bij sommige politici een
onbekende emotie.
In schriftelijk
vragen licht ik toe: ‘Deze kennelijk nieuwe loot aan de Nederlandse
overvolle gedoogboom is onze fractie volstrekt een raadsel en behoeft
daarom opheldering door overlegging van het verslag van deze
besprekingen aan de raad. Indien 'Den Haag' een derde koffieshop in
onze grensstad zou gedogen, betekent dit naar het oordeel van de
fractie overigens nog niet dat door de burgemeester Terneuzen om hem
moverende redenen in afwijking van het raadsprogramma een derde
koffieshop moet worden geïnitieerd, zulks gelet op de aantoonbare
gevaren voor de volksgezondheid en de wensen van de burgers van
Terneuzen over het gedoogbeleid. Uit allerlei reacties uit Terneuzen
blijkt namelijk dat de burgers schaalvergroting helemaal uit den boze
vinden!’
De interpellatie duurde
drie seconden. De burgemeester wilde er niet over praten en niemand gaf
verlof voor de interpellatie. Wanneer ik echter de volgende dag een
bevriend Tweede Kamerlid vragen aan minister Donner laat stellen, zijn
de rapen gaar. Donner beweert van niets te weten en de burgemeester
wordt onmiddellijk teruggefloten. De burgemeester reageert onsportief
in de pers. Het raadslid weerlegt zijn kritiek. De boosheid van de
burgemeester vindt hij ongegrond. Twee jaar later herhaalt de
geschiedenis zich. Maar de aanhouder wint.
Ingevoegd:
http://www.lcfterneuzen.nl/nieuws/271206d.htm http://drugtext.nl/index.php/nieuws/100-wereld-achter-drugsscene-is-troebel
Inmiddels werd
‘Checkpoint’, grootste coffeeshop van Europa, gesloten. Had het aan de
burgemeester gelegen dan hadden de Belgen en Fransen, net als de
Duitsers in Venlo, aan de grens hun drugs kunnen halen. En dan was de
eigenaar van Checkpoint inmiddels multimiljardair geweest. Nu ligt er
vanwege het Openbaar Ministerie conservatoir beslag op de skihal ten
aanzien waarvan voldoende aanwijzingen bestaan dat deze met twintig
miljoen euro drugsgeld werd bekostigd. Dat is andere koek! Maar er
hangt een prijskaartje aan: de verhoudingen zijn wel verzuurd.
6. Onrechtmatige inhouding op loon
Ton van der B. heeft alimentatieverplichtingen en reist ieder weekend
van Terneuzen naar Deventer. Hij zit momenteel zonder geld. Ton
moest geld van zijn ouders lenen om de reiskosten naar de werkplek te
betalen. De bedrijfsleider vond dit geen hot item. Hij handhaafde
ongefundeerd zijn stelling dat tot vrijdag niets wordt
uitbetaald. Inhoudingen op het loon zijn in beginsel verboden
(artikel 23 loonbeschermingswet). Onder inhoudingen verstaat men het
toepassen van schuldvergelijking op het loon van de werknemer. Voor
schuldvergelijkingen dienen de vorderingen over een weer onomstotelijk
vast te staan. Dit was hier niet het geval. Noch de omvang, noch de
verwijtbaarheid, noch de persoon aan wie een en ander zou moeten worden
toegerekend staat vast. Er werd namelijk geen contract opgemaakt.
Bovendien mogen de
inhoudingen maximaal 20% van het nettoloon bedragen. Voor de vermeende
schuldvordering dient u derhalve een aparte nota te sturen die voor
normale betwisting met de daarvoor gebruikelijke regels vatbaar
is. De bungalow waar het hier om gaat werd door drie werknemers
bewoond. St., S. en Van den B. S. woonde er al vóór 1 januari met drie
andere werknemers. St. heeft van het ‘uitwonen’ blijkbaar S. en Van den
B. de schuld gegeven. De werkgever volgt dit klakkeloos. Dit is
onjuist, te meer daar Van den B. alle weekenden afwezig was en St.
juist wél alle weekenden aanwezig was. Hij maakte, in tegenstelling tot
cliënt, nimmer schoon. ‘De verdeling St –S. – cliënt 0% - 50% - 50% is
uit de losse pols. Bij het betrekken van de bungalow was de kapstok al
kapot, zaten er vlekken op de zitbank en was het plafond vochtig. Het
is te gemakkelijk dit alles zonder enig bewijs cliënt in de schoenen te
schuiven. Er is nimmer voor enige inventarisatielijst of anderszins
getekend. Er mocht niet gerookt worden. Niemand wist dit, St.
kennelijk ook niet, want hij dampte braaf mee. Tot dat S. en via hem,
St. en cliënt ook, een waarschuwing kreeg. Vanaf dat tijdstip rookte
niemand meer.’ De werkgever trekt werkelijk alles uit de
kast. Zo wordt verweten dat de zgn. groendienst bladeren heeft
verwijderd. Stenen gedeelte voor de serre is altijd geveegd. St.,
pleegt met de gevonden waterpijp te blowen. Deze pijp werd door een
medewerker van de Braakman in de slaapkamer van cliënt gezet. ‘Zo wordt
de werkelijkheid vertekend. De wijze waarop één en ander werd
afgewikkeld geeft op zijn minst te denken. Ene Ria van de Braakman
heeft alle spullen uit de kasten verwijderd en in vijf dozen gedaan.
Als cliënt arriveert staan er nog drie dozen, waarvan twee dozen
spullen bleken te bevatten die zijn eigendom waren. Gemachtigde
vestigt de aandacht er van de werkgever op dat ‘zijn cliënt’ nimmer
moeilijkheden van deze aard bij welke werkgever dan ook heeft
ondervonden. De vordering van de Braakman wordt door hem
voorshands ongegrond beschouwd.’ De werkgever dient in elk geval tijdig
het loon uit te betalen. Gemachtigde sommeert tot onverwijlde
uitbetaling en brengt hem de wettelijke vertragingrente in herinnering
en dreigt met een loonvorderingsprocedure. Dat werkt. De werkgever
maakt dezelfde dag nog het loon over. Opmerking: dit hoeft niet
altijd van een leien dakje te gaan. Natuurlijk, de totale inhouding is
niet toegestaan en de wettelijk rente kan oplopen naar 50%. Echter,
sedert een aantal jaren wordt een arbeidsgeschil niet langer aanhangig
gemaakt via een verzoekschrift, maar via een dagvaardingsprocedure.
Daar is een ‘echte’ advocaat voor nodig. Bij geringe belangen laat men
het erbij zitten. Zo stuurde een boze ondernemer een
rekening van zijn Arbo-arts van € 180. Hij had de werknemer laten
controleren, maar wilde daarvoor niet de kosten dragen. De werknemer
die overigens echt ziek werd bevonden, had geen zin in een conflict.
7. Het valse proces-verbaal op ambtsbelofte
Janey B. wordt 18 november 2006 tegen 18.00 uur op zijn mobiel nummer
gebeld door een agent van politie Terneuzen. Janey krijgt de
enkele mededeling dat hij een bekeuring thuis gestuurd krijgt. De
agent meende te zien dat hij zonder rijbewijs reed in een auto,
kenteken XX-YY-ZZ.
Omdat de Janey B. de gehele dag bij zijn vriendin verbleef, vraagt hij
naar het tijdstip van overtreding. Hoewel dit een heel redelijke vraag
is krijgt hij geen antwoord; de agent volstaat met de mededeling dat
hij de bekeuring thuisgestuurd krijgt. Dit is vreemd, want de
agent moet het tijdstip van overtreding op de bon vermelden. Via het
centrale nummer opnieuw geprobeerd contact te krijgen. De agent zou
terugbellen. De moeder van de vriendin belt raadslid Freeke op. Die
adviseert verhaal op het bureau te gaan halen.
Omstreeks 18.55 uur vervoegen zij zich bij het bureau van politie te
Terneuzen, de heer B., zijn vriendin en haar moeder. De agent weigert
elke medewerking en blijft als een grammofoonplaat herhalen “de
bekeuring wordt thuisgestuurd”. De vriendin zegt dat zij een bevriende
advocaat heeft gebeld en dat de heer Brand recht heeft op
gegevens. Na dit zware geschut komt de heer Van Hermon eindelijk
met de bon op de proppen.
Het gezelschap slaat stijl achterover want op de bon staat, 18
november 2006, 17.02 uur [18110617022167]. Juist op dat tijdstip, op de
minuut nauwkeurig, eveneens 17.02 uur, waren de heer Brand en
zijn vriendin bij Intertoys en tonen de kassabon. Zij hebben nog met
het winkelmeisje gepraat.
De agent wordt rood tot achter zijn oren. In plaats van een gemaakte
fout te erkennen en de boete te vernietigen, zegt hij dat het tijdstip
een vergissing is. Het komt niet in de agent op dat hij wel eens zou
kunnen dwalen omtrent de persoon. Hoe dan ook haalt hij zijn gelijk.
Het gezelschap verlaat de balie en met een keiharde smak gooit de agent
het loketraam dicht.
Om met het laatste te
beginnen: een vergissing is mogelijk, maar is in dit geval niet
aannemelijk en evenmin waarschijnlijk. Het is een kans van 1:1.000.000
dat iemand op de minuut nauwkeurig kan bewijzen (hoewel in het
algemeen die stelt, de bewijslast heeft) dat hij de aangewreven
overtreding niet kán hebben gemaakt. Verder is de identiteit niet
correct vastgesteld. Of beter geformuleerd: die is feitelijk in het
geheel niet vastgesteld. De agent meende, vermoedelijk op grote
afstand, anders had hij de bestuurder wel staande gehouden, iemand te
zien die kennelijk op de heer Brand leek.
Er is ‘iets persoonlijks’ tussen de agent en de verdachte. B. heeft van
de zelfde agent een paar keer een bekeuring gekregen voor het
rijden zonder helm op de bromfiets. Dit verklaart ook dat de
agent, zonder de bestuurder staande te houden, over persoonlijke
gegevens van de heer Brand beschikte: hij schrijft gewoon een oude
bekeuring over. Alleen nog een andere overtreding vermelden en een kind
kan de was doen. Betrokkene wordt niet gehoord, maar volstaan
wordt met een eenzijdige telefonische mededeling dat een bekeuring
wordt thuisgestuurd. Wanneer dat dan zou zijn geweest weigert de agent
te zeggen.
De constante weigering het tijdstip van overtreding te noemen en pas na
veel aandringen dit tijdstip bekend maken, levert het raadslid grond op
voor het vermoeden dat dit is gefingeerd. Dit vermoeden is niet
ontzenuwd. Een andere mogelijkheid is dat in de bewuste auto gewoon de
eigenaar of een ander zat. De aankondiging van een beschikking
kan op 2 manieren. 1. Deze is uitgereikt bij het staande houden. 2.
Deze is achtergelaten op ‘het aan de voorzijde vermelde voertuig’.Beide
zijn niet van toepassing.
De agent heeft een oude bekeuring overgeschreven. De identiteit van de
bestuurder van de auto, kenteken XX-YY-ZZ werd kennelijk niet, althans
niet zorgvuldig vastgesteld. Deze manier van rechtshandhaving is
laakbaar slordig.
Minister Donner laat in een collectieve brief aan alle raadsleden van
Nederland weten dat de raadsleden ‘de toezichthouders bij uitstek’ op
de rechtshandhaving zijn. Het raadslid vindt zich gelegitimeerd een
klacht in te dienen. Dat gebeurt twee dagen later, op 20 november
2006.
Naar aanleiding van de klacht wordt het raadslid, voor een gesprek op 4
januari 2007 op het politiebureau aan de Rosegracht te Terneuzen
uitgenodigd. Kort en goed komt de lezing van teamchef Boer hier op
neer: “De agent ‘constateert’ omstreeks 17.02 uur dat de heer Brand in
een auto rijdt. De verbalisant kent de heer Brand en weet dat hij geen
rijbewijs heeft. De verbalisant komt omstreeks 18.00 uur op bureau en
besluit de heer Brand van zijn constatering in kennis te stellen. Dat
had hij niet hoeven doen, aldus de heer Boer. Van het gedoe aan het
loket kijkt hij niet op. Hij kan dat billijken want de agent is
een ex-marinier en komt daarom robuust over. Dat de gegevens niet
terstond werden verstrekt is een onvolkomenheid.”
De eigenaar van de auto had minimaal geraadpleegd kunnen worden. De
overheid is daartoe verplicht. Wellicht kan de eigenaar meedelen wie er
dan wel in gezeten heeft rond dat tijstip en óf hij die auto die middag
heeft uitgeleend. Eerst in het bijzijn van raadslid Freeke wordt een
onderzoek gedaan naar de eigenaar van de auto.
Natuurlijk wordt het onderzoek bemoeilijkt doordat de agent op 4
januari 2007 het telefonische onderzoek doet in plaats van op 18
november 2006, wat de verbalisant had behoren te doen. Deze laksheid
kan uiteraard niet verdachte worden aangerekend.
Ook is dit in strijd met de onderzoeksplicht van de overheid. Dit te
meer daar de verbalisant protest binnen kreeg. Wat hiervan ook zij,
niet is komen vast te staan dat de auto met het bewuste kenteken aan
ondergetekende werd uitgeleend. De heer Boer heeft ook getracht op te
sporen of de auto aan iemand behoorde die mogelijk tot de familie- of
kennissenkring kan worden gerekend. Dit bleek niet het geval.
De heer Boer had het volgende scenario bedacht. “B. ziet dat ie ontdekt
is door een agent. Hij bedenkt onmiddellijk dat ie voor een alibi moet
zorgen. Hij parkeert meteen de auto (waar eigenlijk?) en rent naar een
winkel (waarom niet de dichtst bijzijnde?) en koopt een artikel. Daar
staat de tijd op.” De heer Boer suggereerde ook dat de
zomertijd erop stond want de winkel sluit pas om 18.00 uur en niet om
17.00 uur. Het gebeurde evenwel op zaterdag, de winkels sluiten om
17.00 uur, dus 17.00 uur is juist. Tot slot bedacht de heer
Boer dat het tijdstip onjuist moest zijn en dat de verbalisant op
ambtseed een aanvullend proces-verbaal zou opmaken. De
tenlastelegging is ruim geformuleerd. Het feit zou op of omstreeks 18
november 2006 zijn geschied. Het tijdstip ontbreekt. Met veel moeite
worden kopieën uit het strafdossier verstrekt. De zitting is namelijk
in Terneuzen, terwijl het dossier in Middelburg ligt.
Verdachte kan in het proces-verbaal van 28 maart 2007 (waarom vier
maanden na dato pas opgemaakt) lezen dat hij -in strijd met de
waarheid- ‘staande’ werd gehouden. Het raadslid vindt
daarin aanleiding om daarover zowel bij het Openbaar Ministerie als de
politie Zeeland een klacht in te dienen. Een kopie gaat naar de
burgemeester. Dit omdat in processen-verbaal bewust foutieve
verklaringen uit den boze zijn. Immers het proces-verbaal wordt op
ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt. Deze moet dus voldoen aan de eisen
van betrouwbaarheid, opdat een rechter er op moeten kunnen blind
varen. Op 4 december 2007 komt de zaak voor. Verdachte komt met
vier getuigen op de proppen. Want het recht zal moeten
zegevieren. Vrijspraak! Merk echter de kwalijke rol van de
Officier van Justitie op!
8. Nachtmerrie jonge vrouw
Twee agenten houden ’s-nachts een jonge vrouw in haar auto aan. Een
nachtmerrie voor haar volgt. Daarna wordt een klacht over 12 (!)
onbehoorlijke gedragingen in gediend. Op 4 november 2007 was de
hoorzitting.
1. Het is onredelijk
ondervraagde niet even te laten bellen. Allereerst mocht
ondervraagde niet één telefoontje plegen. Ook volgens het openbaar
ministerie heeft iedere verdachte recht op één telefoontje. Het is
tevens onredelijk om dit niet toe te staan. Door dit elementaire recht
te schenden, wordt het de ondervraagde meteen duidelijk dat zij in het
verdere verloop hoe dan ook het onderspit moet delven. Verdachte wordt
klein gemaakt.
2. Imponeren door
steeds een onjuiste stelling voor te houden (‘total loss’). Er werd
haar steeds door beide verbalisanten voorgehouden dat verdachte de auto
total loss had gereden. Zo’n stelling heeft natuurlijk impact op een
verdachte en imponeert geweldig. Je moet wel de indruk krijgen dat je
beoordelingsvermogen is aangetast. De schade aan de auto bleek
overigens relatief gering.
3. Rijbewijs op wilde
wijze uit haar portefeuille trekken en geen ontvangstbewijs afgegeven.
Het rijbewijs werd ingevorderd. Ondervraagde zou dit op verzoek
onmiddellijk hebben kunnen afgeven en je waardigheid hebben kunnen
behouden. Vervolgens trekt de agent op eigen initiatief met een wilde
en brede armbeweging het rijbewijs van ondervraagde uit het opgevouwen
plastic hoesje van de portefeuille van ondervraagde. Deze manier
van ‘invorderen’ is een vorm van ongeoorloofde intimidatie. Ter zake
werd bovendien geen ontvangstbewijs uitgereikt. De politie oefent hier
meer macht uit dan redelijkerwijs voor haar taakuitoefening nodig
is.
4.
Ondervraagde is in de verdediging onomkeerbaar geschaad door geen
afdoend en onvoldoende adequaat onderzoek te verrichten. Bij
ondervraagde is nooit eerder het alcoholgehalte vastgesteld door middel
van een alcoholonderzoek. Het alcoholgehalte is vastgesteld door middel
van een ademanalyse waarbij in een apparaat moet worden geblazen dat
vervolgens het ademalcoholgehalte vaststelt. Het alcoholonderzoek
is nauwkeurig geregeld in ondermeer het Besluit Alcoholonderzoeken. Dit
besluit bevat een grote hoeveelheid gedetailleerde voorschriften
waaraan moet worden voldaan bij een alcoholonderzoek. Zijn één of
meerdere regels niet nageleefd, dan kan de rechter tot de conclusie
komen dat er geen sprake is van een rechtsgeldig onderzoek in de zin
van artikel 8 WVW. In dat geval zal hij besluiten tot vrijspraak.
Ondervraagde had onvoldoende longcapaciteit. Ze wordt ten onrechte
beticht van onwil. Bij onvoldoende longcapaciteit dient echter namelijk
een bloedproef te worden genomen. De juistheid van de score staat
daarom niet, althans niet onomstotelijk, vast. De ondervraagde is
hiermee in haar verdediging geschaad. Verder kan de innerlijke
overtuiging van de rechter hiermee ten onrechte in voor ondervraagde
ongunstige zin worden omgebogen c.q. valt het transactievoorstel hoger
uit. Dit is weliswaar des rechters, maar ondervraagde is onomkeerbaar
in haar verdediging geschaad.
5.
Herhaalde Intimidatie met uit de lucht gegrepen beschuldigingen (‘drie
bestuurders geraakt’). ‘U heeft drie bestuurders geraakt’ is geen
vraag om tot waarheidsvinding te komen maar een ongefundeerde
beschuldiging met het oogmerk te intimideren. Omdat deze ongefundeerde
beschuldiging enkele malen werd herhaald, was het kennelijk de
bedoeling om de verdachte onder de indruk te brengen.
6.
Stelselmatig op de stoel van de rechter gaan zitten. De verbalisant
paste ook stelselmatig een afdwingende systematiek toe dat door te
zeggen dat door medewerking een mildere straf kan worden verkregen.
Letterlijk: ‘Hoe meer jij zegt, hoe minder straf jij van de rechter
krijgt’. Dit is handig inspelen (‘verhoortruc’) om verdachte tot een
betekenis te verlokken.
Kwalijk, omdat in Nederland alleen de rechter de straf en strafmaat
bepaalt, terwijl verbalisanten niets van hun beloften waar kunnen
waarmaken. Volgens de Hoge Raad moet als verhoor worden beschouwd
‘alle vragen aan een door een opsporingsambtenaar als verdachte
aangemerkt persoon betreffende diens betrokkenheid bij een zeker
strafbaar feit’. Overigens worden in alcoholzaken de richtlijnen van
het OM gevolgd.
7.
Schending van het recht door verbalisant, met name artikel 3 van het
Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele
vrijheden. Het slot van de ondervraging, omstreeks 06.00
uur, is zonder meer vernederend. “Wij slapen straks lekker en jij
niet” zegt een verbalisant. Volgens artikel 3 van het Verdrag ter
bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden mag
niemand onderworpen worden aan onder meer een vernederende
behandeling. Deze vernederende behandeling komt in plaats van de
normale beleefdheidsuitwisselingen die hier te lande tussen personen
gebruikelijk is. De opmerking “Wij slapen straks lekker en
jij niet” dient geen enkel justitieel doel dan het oogmerk tot het
vernederen en krenken van de ondervraagde persoon. Hiermee wordt in elk
geval de kwaliteit van het politieoptreden verlaagd, want hoe fout een
verdachte ook is, een verdachte behoort niet een object van spot te
worden. Het zou misschien anders kunnen liggen indien verdachte scheldt
of niet meewerkt of men met een verdachte van moord te maken heeft.
Maar zelfs dan is het nergens voor nodig een verdachte te vernederen.
Onder ‘niet meewerken’ valt uiteraard niet dat verdachte wenst te
zwijgen op momenten als dat je geraden voorkomt (‘fair trial’).
8.
Een afschrift van het verhoor is ondervraagde ten onrechte geweigerd.
Een afschrift van het verhoor krijgt verdachte, ook na herhaalde
vraagstelling, niet. Op de derde vraag, krijgt verdachte van
verbalisant, in plaats van dat zij aangeeft dat tegen de weigering een
kopie te verstrekken een rechtsmiddel openstaat, ad rem ten antwoord:
‘Ik ben geen papagaai’. Dan gaat er een homerisch gelach in het gehele
politiebureau op. Om even de sfeer aan te geven waarmee men als
burger op het politiebureau te maken kunt krijgen: je hebt recht op een
kopie van het verhoor, in plaats daarvan word je geen recht gedaan en
vervolgens gewoon door alle aanwezige politieambtenaren op de
begane grond uitgelachen. Hoofdregel is echter dat aan een
iemand die daar om verzoekt, gedurende het voorbereidend onderzoek
zonder onnodige vertraging een afschrift van zijn eigen verklaring
wordt verstrekt, behalve als het onderzoeksbelang dit (tijdelijk) niet
toestaat, bijvoorbeeld omdat in een zaak meerdere verdachten zijn. In
dat geval moet de politie het verzoek om een afschrift aan de officier
van justitie voorleggen.
In het geval dat er geen onderzoeksbelang in de weg staat, kan tot
onmiddellijke verstrekking van een afschrift van het proces-verbaal aan
verzoekster worden overgegaan. Er was geen enkel onderzoeksbelang.
Verdachte werd trouwens evenmin gewezen op de mogelijkheid bij het
gerecht bezwaar daartegen aan te tekenen. ’Omstreeks 22.10 uur
neemt de gemachtigde van verdachte daarover contact op met de politie.
Verbalisant, met wie gemachtigde wordt doorverbonden, verklaart
desgevraagd dat ondervraagde geen recht heeft op een kopie van het
verhoor. Dringende redenen om een kopie te weigeren werd niet gegeven.
‘Papieren kunnen door een advocaat worden afgehaald’, vindt
verbalisant. Opnieuw wordt verzuimd de mogelijkheid van bezwaar aan te
geven.
9.
Proces-verbaal niet conform de werkelijkheid. “De verdachte verklaarde
bereid en in staat te zijn om haar deel van de schade te vergoeden.”
Deze zin in het proces-verbaal is pertinent onjuist. Hieruit valt ten
onrechte uit af te leiden dat verdachte schade bij derden heeft
veroorzaakt. Nadat verdachte meer dan drie keer
stellig had ontkend dat zij ‘drie andere bestuurders’ heeft geraakt,
komt de ondervrager op het idee de vraag anders te formuleren. “áls je
die bestuurders hebt geraakt, ben je dán bereid die schade te
vergoeden?” Ja, antwoordt verdachte, waarna de gewraakte, onjuiste zin
in het proces-verbaal wordt opgenomen. De hoofdregel is echter
dat een proces-verbaal van verhoor zo veel mogelijk in de bewoordingen
van verdachte moet worden opgemaakt en bewust foutieve verklaringen uit
den boze zijn. Immers het proces-verbaal wordt op ambtseed of
ambtsbelofte opgemaakt.
10. Onvolledig samengesteld
strafdossier. Blijkens het strafdossier ten behoeve van de
verdachte verklaart geen enkele bedienaar de ademonderzoekprocedure
conform de voorschriften te hebben uitgevoerd. Op
afdruk ‘honac-intox’ in het strafdossier, welke afdruk als bewijsmiddel
moet dienen, ontbreekt zowel de naam als de ondertekening van de
bedienaar van de apparatuur. Een verdachte of diens advocaat voor
de verdediging heeft geen andere dan de informatie uit het
strafdossier. Dit dossier moet onverkort gelijkluidend zijn aan die van
de rechter.
Het kan niet zo zijn dat de paperassen voor de verdachte er anders
uitzien dan die voor de rechter. De rechter beschikte wél over een
correct ingevuld en getekend exemplaar. Dit komt eerst op de
rechtszitting uit. Dit is geen correcte gang van zaken. De politie had
ten minste ten behoeve van de verdachte voor een correct strafdossier
moeten zorgen. Immers bij geen rechtsgeldig onderzoek in de zin
van artikel 8 WVW., dient vrijspraak te volgen.
11.
Onjuiste tijdstippen in proces-verbaal. De tijd welke de honac-intox
aangeeft is ook onjuist. Het tijdstip waarop de test is gedaan zou
volgens het bijgevoegde bewijsmiddel 06:03 uur zijn. Dit is onmogelijk.
Haar ouders werden namelijk omstreeks 06.00 uur uit hun bed
gebeld. Zij zijn bereid dit onder ede te bevestigen. De zgn.
voorgeleiding, volgens het proces-verbaal omstreeks 06.00 uur, aan de
hulpofficier van justitie, de hoofdinspecteur van politie bestond
louter en alleen uit het geven van een hand. De hulpofficier heeft
onverstaanbaar zijn naam gemompeld. Voor de rest werd er geen stom
woord gewisseld. Onduidelijk is wat nu het nut van zo’n ‘voorgeleiding’
is.
Deze hoofdambtenaar had bij het nazien minimaal de vele taalfouten in
het proces-verbaal kunnen verbeteren. Dit werkstuk moet als
bewijsmiddel dienst doen. Dit levert grond op voor het vermoeden dat de
politie van hoog tot laag met procedures het niet zo nauw
neemt. In het proces-verbaal zijn alle verdere
tijden aan het verkeerde tijdstip van de honac-intox aangepast. Dit
verklaart ook het onjuiste tijdstip van ‘heenzending’: 6.30 uur. Dit
was pertinent 6.00 uur. Op 16 mei is het proces-verbaal van aanhouding
pas opgemaakt, dus alle tijd om de zaak kloppend te
krijgen.
12. Schoenen zonder veters
afgenomen. Het is bekend dat verdachten de veters uit hun schoenen
moeten afgeven om zelfwurging te voorkomen. Het gaat dus duidelijk om
de veters, niet om de schoenen. Verdachte had geen veters in haar
schoenen. Zij moest op grond hier van haar schoenen afgeven! Het
voorschrift ‘veters innemen’ is kennelijk verworden tot ‘schoenen
inleveren’. Dit betekent dat degene die geen veters in de
schoenen heeft slechter af is. Immers de cel bestaat, althans van deze
verdachte, uit koud beton en voor de rest niets. De jonge vrouw staat
in de cel op de betonnen vloer; een stoel is er niet. Wanneer mag ze de
cel uit?
De nachtmerrie van deze jonge vrouw neemt nog geen einde. Als ze
voorkomt, weigert de rechter tot drie keer toe haar pleidooi,
neergelegd in een pleitnota, aan te horen. De pleitnota mocht wel
worden ingeleverd, maar zij voegde er onmiddellijk er aan toe ‘die ga
ik wel eens een keer lezen nadat ik uitspraak heb gedaan’ en vonniste
ogenblikkelijk. Hierover heeft gemachtigde een klacht bij de
klachtencommissie van de rechtbank ingediend.
De klachtadviescommissie van de Rechtbank Middelburg, onder
voorzitterschap van P.G.J. de Heij, adviseert d.d. 14 februari 2008 het
bestuur de klacht tegen R.C.M. Reinarz, "voor zover die inhoudt dat
klaagster niet in de gelegenheid is geweest haar pleitnota voor te
dragen en dat daardoor haar het recht op het laatste woord ontnomen is,
gegrond te verklaren". Hetgeen geschiedde.
Op de hoorzitting van
de klachtencommissie van 2 november jl. te Middelburg, alwaar een
twaalftal misdragingen van de Politie Terneuzen werden behandeld,
vroeg de voorzitter (een voormalig politierechter) waarom heeft
gemachtigde geen hoger beroep aangetekend!?
Welnu, gemachtigde wilde dat uiteraard heel graag, maar na de
belabberde behandeling door zowel politie als rechter, had de jonge
vrouw het vertrouwen in alles wat met politie en justitie te maken had,
totaal verloren. Zij wilde geen enkel risico nemen dat haar nachtmerrie
zou worden verlengd eindigen met een terugvordering van het rijbewijs.
Het rijbewijs dat zij voor haar werk nodig heeft. In de praktijk is die
kans bij hoger beroep nihil, maar dat kon de jonge vrouw niet meer
geloven.
Haar vertrouwen in de
rechtsstaat heeft in elk geval een flinke deuk
opgelopen. De klachtencommissie wees alle (!) twaalf
klachten summier gemotiveerd af. [Noot: de rol van de voorzitter is
opmerkelijk: www.lcfterneuzen.nl rubriek media, d.d.
31 december 2009.] In samenspraak met gemachtigde gaat de
Nationale Ombudsman vanaf april 2008 bij het regionale politiekorps
Zeeland ten aanzien van de ambtenaren van zes ‘kansrijkste’ klachten
van de twaalf ingediende klachten grondig onderzoeken. De uitslag en
een volledige omschrijving van het onderzoek is van het onderzoek is te
vinden onder nummer 2009/249 van de Nationale Ombudsman. Hij beveelt
tevens een betere bouwsteen aan.
1. na haar te hebben aangehouden, hebben geweigerd om haar te laten telefoneren. GEGROND
2. haar rijbewijs op incorrecte wijze hebben afgenomen. GEEN OORDEEL
3. haar op incorrecte wijze hebben bejegend door te zeggen: “Wij slapen straks lekker en jij niet”. GEEN OORDEEL.
4. hebben geweigerd haar een kopie van het proces verbaal te geven en
geen ontvangstbewijs hebben afgegeven voor het rijbewijs dat is
afgenomen. GEGROND
5. in het proces-verbaal foutief hebben gesteld dat verzoekster bereid
en in staat zou zijn om haar deel van de schade te vergoeden. GEGROND
6. haar schoenen ten onrechte hebben afgenomen. GEGROND
10. Rechtszaken dreigen onbetaalbaar te worden
Dat is de conclusie die kan worden getrokken op basis van berekeningen
die de Raad voor de Rechtspraak heeft gemaakt over de gevolgen van het
kabinetsvoornemen, vastgelegd in een bijlage van het regeerakkoord, dat
de griffierechten, die moet worden betalen om een rechtszaak te kunnen
aanspannen, per 2013 ‘kostendekkend’ moeten zijn, zo luidt een
persbericht van 15 januari 2011.
De Raad voor de Rechtspraak, het overkoepelende bestuur van de
negentien rechtbanken, de vijf gerechtshoven, de Centrale Raad van
Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, heeft nu
doorberekend wat de nieuwe griffiegelden per 1-1-2013 worden. ‘Een
stille revolutie’, zo stellen de deskundigen die dit met cijfers
onderbouwen. ‘Het zal de aanblik van de rechtspleging radicaal kunnen
veranderen.’ Het kostendekkend maken leidt volgens de Raad tot de
volgende schattingen.
Arbeidsgeschil van € 210,- naar € 1.540,-
Kantonrechter van € 70,- naar € 1.190,-
Belastingdienst van € 40,- naar € 750,-
Hoger beroep Hof van € 1.590,- naar € 5.050,-
Mediatie zal steeds
meer veld winnen. In de praktijk blijkt dat een compromis in de regel
de beste weg is. Kosten worden vermeden en tijd wordt gewonnen. En tijd
is geld. Een van de inktzwarte schaduwzijden van de klassieke
juridische geschilbeslechting is dat er een voorstel van het
kabinet ligt om de griffiegelden ‘kostendekkend’ te maken. Dit zal een
hogere drempel naar de rechter betekenen. De tegenpartij zal
kunnen inschatten dat de ander het voor de kosten zal nalaten hem voor
de rechter te slepen. Mogelijk leiden hoge griffiegelden tot meer
doelmatigheid, maar dit zal naar mijn menig de rechtvaardigheid niet
ten goede komen. De zwakste partij zal stellig de dupe worden.
Niet altijd behoort een compromis tot de mogelijkheden. Soms moet een
hoger doel worden gediend, bijv. dat de werknemer zijn verdiende
loon ontvangt, agenten en een rechter tot de orde worden geroepen, dat
een gemeentebestuur belastinggeld niet onrechtmatig uitgeeft, dat wordt
gezorgd voor een gezonde en veilige omgeving. Helaas is
bijgevolg aan verzuring tussen partijen niet te ontkomen.
Tot slot kunnen we aan de hand van de casussen concluderen dat de
hypothese dat het recht voor haar goed functioneren sterk afhangt van
de samenleving, juist blijkt.
Cees J. Freeke
bel 0115- 69 52 52